Onderwerpen:
Mayadag in Amsterdam – Herman Hegge
Medicalisering Psychiatrie vs Bewustzijns verandering in de Psychiatrie – Jan Foudraine
Luister nu Frontier Radio 15 maart 2012
1e uur:
Mayadag in Amsterdam (live)
Nu de datum 21 december 2012 met rasse schreden nadert krijgen op 17 maart a.s. een aantal Mayakalenderspecialisten het woord. Zij gaan d.m.v. lezingen en workshops met ons delen wat ons volgens hen de komende tijd te wachten staat!
Volgens velen wordt 2012 het omslagpunt. Voor de Maya’s is 2012 het einde van een periode van 26.000 jaar. De Maya’s waren namelijk haarscherp in hun berekeningen en konden in het verlengde hiervan ook haarscherp voorspellen. Volgens hun berekeningen, die astronomisch nog steeds accuraat zijn, komt ons zonnestelsel dan op één lijn te staan met Hunab K’u, het centrum van de Melkweg, de plaats die de Maya’s de kosmische baarmoeder noemen. Technisch kun je dan een soort nultoestand krijgen in de draaiingen van de elektromagnetische velden van ons zonnestelsel. Volgens de overleveringen van de Hopi indianen duurt dit drie dagen; drie dagen van leegte en duisternis. Hoe het ook zij, de Maya-telling begint dan opnieuw met het jaar nul. De Maya’s hebben geen lineaire tijds-telling, maar zien de tijd als inelkaargrijpende cirkels.
De Maya’s beschrijven 21 december 2012 als de overgang naar een nieuwe bewustere wereld. Een wereld van verandering, harmonie en wedergeboorte. Ook volgens onder andere de Hopi- en de Sioux indianen in Noord-Amerika eindigt het huidige tijdperk waarin we leven in 2012 en zal er een zogeheten Nieuw Tijdperk aanbreken.
Wat het nieuwe tijdperk zou kunnen gaan inhouden zal op 17 maart met de aanwezigen gedeeld worden.
Sprekers op de Mayadag zijn: Peter Toonen, Nicole Zonderhuis, Lucas Slager, Johan Oldenkamp en Tatsuhiko Kimori.
Meer info: http://www.frontiermagazine.nl/mayadag/
2e uur:
Medicalisering Psychiatrie vs Bewustzijns verandering in de Psychiatrie – Jan Foudraine (live)
Jan Foudraine (Amsterdam, 1929) is psychotherapeut en schrijver. Hij schreef meerdere boeken maar is vooral bekend geworden als de auteur van ’Wie is van hout?’ waarin hij pleit voor het doorbreken van het medisch ziektekundig model.
Foudraine verwierf bekendheid bij het grote publiek met het boek Wie is van hout uit 1971, waarin hij pleit voor een herwaardering van het begrip schizofrenie. Na het succes van Wie is van hout, waarvan in Nederland en Vlaanderen meer dan 200.000 exemplaren worden verkocht, verblijft hij lange tijd bij Bhagwan Sri Rajneesh in Poona, India, van wie hij de naam Amrito ontvangt. Zijn verblijf aldaar kan enerzijds worden gezien als een reactie op de ruime publieke belangstelling die in de jaren zeventig in Nederland ontstaat voor zijn werk en persoon. Anderzijds lijkt zijn vertrek het begin te zijn van een heroriëntatie op de psychiatrie en psychotherapie, die hij sindsdien niet langer vanuit medisch-ziektekundige maar veeleer vanuit mystiek-filosofische invalshoek benadert. Deze verandering van zienswijze culmineert met name in het boek Metanoia uit 2004, waarin hij pleit voor een opheffing van het dualisme dat het Westerse denken domineert.
Wie is van hout
In Wie is van hout betoogt Foudraine dat de psychiatrie die hij in zijn opleiding heeft leren kennen de schizofrene mens ten onrechte alleen als patiënt beschouwt, iemand met een ziekte van de psyche die moet worden behandeld in een ziekenhuis of verpleeghuis, verzorgd door inwisselbaar verplegend personeel en object van onderzoek voor de hooggeleerde dokter. Behandelingen zijn fysieke ingrepen in het lichaam, zoals het toedienen van medicijnen, electroshocks of zelfs lobotomie.
Hij verwerpt de kwalitatieve scheiding die daarmee wordt gemaakt tussen deze “zieken” en “gezonde” mensen: volgens hem zijn schizofrenen alleen kwantitatief anders, namelijk mensen met problemen zoals iedereen, zij het dat de lijdensdruk zich nadrukkelijker toont. Hij maakt hierbij gebruik van een citaat van de Amerikaanse psychiater Harry Stack Sullivan, die zegt: “[...] we are all much more simply human than otherwise, be we happy and successful, contented and detached, miserable and mentally disordered or whatever.”[1] Andere psychiaters die hij regelmatig aanhaalt, zijn Frieda Fromm-Reichmann en Thomas Szasz.
Foudraine stelt dat deze ziens- en behandelwijze contraproduktief is. Personeel en patiënt worden niet geacht om normale menselijke relaties op te bouwen: dat wordt als onprofessioneel beschouwd. De persoon in kwestie wordt als onmondig en wilsonbekwaam ding behandeld (“van hout”) en gaat zich daar naar gedragen. Foudraine betoogt dat de problemen van veel schizofrenen juist voortkomen uit het feit dat ze in hun jeugd nooit zulke relaties hebben kunnen opbouwen, en dat ze om beter te worden dat moeten leren.
Hij beschrijft een experiment in een psychiatrische instelling waarin hij de opgenomenen zelf verantwoordelijkheden geeft en elkaar laat helpen, zichzelf en het personeel de ziekenhuiskleding uittrekt, zelf als mens tot mens met de opgenomenen omgaat en van zijn personeel eist dit ook te doen. Na een cultuurschok krijgen personeel en patiënten meer verantwoordelijkheidsgevoel en meer hart voor de zaak, en hij meldt spectaculaire verbeteringen. Hij noemt zijn afdeling demonstratief om: geen instelling voor zieken, maar een school om te leren leven.
Metanoia
De kennis en ervaring die Foudraine vanaf zijn vertrek naar India opdoet over boeddhistische en hindoeïstische mystiek, culmineren met name in het boek Metanoia (klassiek Grieks, lett.: verandering van gedachte, en daarvandaan ook: berouw, verkrijgen van beter inzicht, inkeer, wedergeboorte) uit 2004.
Het (psychisch) lijden van mensen, zo wordt in dit boek uiteengezet, ontstaat door een idee van afgescheidenheid en kan worden opgeheven door het loslaten van het ego-begrip (Freuds Ich) en het ontdekken van non-dualisme of advaita (lett.: niet-tweeheid, een begrip uit de hindoeïstische filosofie). Non-dualiteit impliceert dat het onderscheid Ik vs. de Ander/het Andere slechts kunstmatig in stand wordt gehouden, maar in feite niet bestaat. Wanneer dit wordt ontdekt, is al wat overblijft, niets, of een gevoel van verlies (“a sense of bereavement”). Dit sterven van het ego binnen het psychosomatisch organisme is een ingrijpende gebeurtenis (het is tegelijkertijd “to be and not to be”). Het kan gepaard gaan met angst, aangezien de persoonlijkheid van jongs af aan is geconditioneerd, en het individu zich hiermee sterk identificeert. De fictie van de afgescheiden persoon (van persona, lett: masker) te ontdekken is als het ontwaken uit een droom. De ontwaakte persoon is als een druppel teruggevloeid in de oceaan van gewaarzijn (“awareness”), wat tegelijk een herinnering is van wat al was, namelijk een-zijn.
Technieken die mensen bij de overgang naar dit al-een-zijn kunnen (maar niet hoeven) ondersteunen, zijn respectievelijk psychotherapie en/of meditatie. Foudraine verwijst in dit boek regelmatig naar de mystici Jiddu Krishnamurti en Tony Parsons (onder anderen).
Foudraine werkt aan ’een laatste boek’, waarin religie en non-dualiteit centraal staan.
















